aanmeldenaanmelden
mijn werkwijzemijn werkwijze
de psycholoog in de eerste lijn [dwz naast de huisarts]de psycholoog in de eerste lijn -dwz. naast de huisarts
Info gesorteerd op  problemenvoorbeelden van psych-problemen die ik behandel
Een therapeut kiezen. Hoe?Een therapeut kiezen? Doe de test!
praktijkregelspraktijkregels
POSTBUS PSYCHOLOGENPRAKTIJK BUGELvragen aan de praktijk
hoofdindexhoofdindex

Depressie

Een depressie is een periode van minimaal twee weken achter elkaar waarin de stemming somber en negatief is. Je voelt je leeg, apathisch, verdrietig of wanhopig. Het plezier in alledaagse activiteiten ben je kwijt. Je voelt je moe, energieloos, ongeïnteresseerd. Je gedachten zijn negatief: gepieker dat niet ophoudt, negatieve gedachten en gevoelens over jezelf (minderwaardigheidsgevoelens, schuldgevoelens) en soms gedachten over de dood of de wens om dood te zijn. Vaak heb je ook concentratiestoornissen, kun je minder goed constructief denken. Slaap- en waak-ritme loopt slecht en ook andere psychologische basisfuncties zijn vaak verstoord.
Een depressie kan eenmalig zijn of regelmatig terugkomen. Een lichte eenmalige depressie is vaak een teken dat je probeerde een onhaalbaar doel te bereiken. Het is heel gezond om verdriet te ervaren of af en toe in de put te zitten. Neem de tijd je wonden te likken na een verloren strijd, en probeer niet positief te zijn tegen je gevoel in. Het verschil tussen gedeprimeerd zijn en een depressie is dat een depressie niet over gaat. Verdriet mag! Het is een beschermingsmechanisme, vergelijkbaar met pijn of koorts.

Sommige mensen hebben een seizoensdepressie [seasonal affective disorder (SAD)]: men verpietert tijdens de winter. Als men een lichtere depressieve stemming heeft tijdens het grootste gedeelte van de dag en vaak een laag gevoel van eigenwaarde, en dat al jarenlang spreek men van een dysthyme stoornis. Depressieve klachten of een dysthyme stoornis zijn goed te behandelen met cognitieve gedragstherapie, en enkele gevallen ondersteund met medicatie die na verloop van tijd wat geestelijke veerkracht terug kan brengen. Het is dan wel van belang dat tegelijkertijd iets aan de neerslachtige denkgewoonten wordt gedaan.


ROUWVERWERKING
Rouw is iets anders dan depressie. Een groot verlies verwerken, doet ieder op zijn eigen manier. Toch zijn er wel fasen aan te wijzen die voor iedereen nagenoeg hetzelfde zijn (al hoeft niet iedereen deze rouwfasen allemaal te doorlopen): Als men net geconfronteerd wordt met een verlies - bijvoorbeeld de dood van je geliefde, lijkt men eerst verdoofd. Het gebeuren dringt niet goed door en men kan het nauwelijks geloven. Na een aantal dagen tot weken dringt het pas goed door en voelt men pijn en verdriet. Heel vaak wordt dit afgewisseld met boosheid en vragen als: "Waarom moest dit gebeuren? Had het voorkomen kunnen worden? Wiens schuld is het?" Stukje bij beetje verdwijnen de vragen naar de achtergrond en kan men het verdriet voelen. Men beseft en accepteert dat de ander dood is. Heel geleidelijk past men zich aan, aan een leven zonder die ander. Pas later is men weer in staat gevoelens voor anderen toe te laten en weer van het leven te leren houden. Het is heel normaal om na jaren bij een herinnering plotseling verdriet te voelen. Het is ook niet raar dat verdriet slijt en men na jaren slechts af en toe een gemis voelt. Hoelang een rouwproces duurt valt niet te zeggen. Men zegt weleens: 'Alle seizoenen moeten eroverheen" maar soms duurt een rouwproces veel langer dan een jaar. Naast verdriet, pijn, boosheid en schuldgevoelens heeft het rouwproces vaak ook lichamelijke gevolgen: men eet slecht en valt af, kan zich niet goed concentreren, slaap slecht, is erg vermoeid of kan juist overdag rusteloos en heel actief bezig zijn zodat men moeite heeft met ontspannen. Men helpt rouwende mensen het beste door naar ze te luisteren, ook al moeten ze honderd keer hun verhaal vertellen. Een dagboek beginnen en je gevoelens en gedachten opschrijven helpen je om je verlies te verwerken.

© 2013 Job Bugel